Twee keer per jaar de kast doorlopen
Een kinderkast loopt vol zonder dat iemand daar een besluit over neemt. Twee vaste momenten per jaar houden hem hanteerbaar: een in maart en een in september.
De ronde zelf
- Alles eruit, op bed of op de vloer, en in drie stapels: past, te klein, kapot.
- De stapel te klein gaat direct in een doos met de maat erop.
- De stapel kapot gaat naar reparatie of naar textielinzameling; niet terug in de kast.
- Wat past gaat terug, gesorteerd op soort en niet op kleur.
Pas dan de lijst maken
Wat ontbreekt, is nu zichtbaar. Meestal blijkt het om minder te gaan dan vooraf gedacht, en om andere dingen: geen vierde sweater maar twee paar sokken en een regenbroek.
Een lijstje op papier of in de telefoon voorkomt dat er later toch weer een vijfde shirt bij komt.
Ruimte voor de volgende maat
Een enkele maat vooruit kopen kan zinvol zijn bij jassen en schoenen, maar meer dan een maat vooruit levert vaak kleding op die nooit gedragen wordt omdat het seizoen niet klopt.
Wat er in de doos hoort
In de doos gaat alleen wat schoon en heel is. Een doos met daarin drie stukken die alsnog naar de textielbak moeten, kost bij de volgende ronde weer tijd.
Verder lezen
- ›Een kleine kast waarin alles bij elkaar pastHoe een compacte kinderkast eruitziet: welke stukken erin horen, hoeveel er nodig is en waarom een smal kleurenpalet het aankleden sneller maakt.
- ›Kleuren die naast elkaar werkenPraktische manieren om kleuren in kinderkleding te combineren: kleurfamilies, contrast, en waarom een derde kleur meestal te veel is.
- ›Laagjes: waarom drie dunne beter werken dan een dikkeHoe laagjes werken bij kinderkleding, welke laag welke taak heeft en hoe voorkomen wordt dat een kind zweet en daarna koud wordt.