Laagjes: waarom drie dunne beter werken dan een dikke
Kinderen bewegen in golven: rennen, stilstaan, weer rennen. Kleding die daarbij past, bestaat uit lagen die snel uit en weer aan kunnen.
Elke laag heeft een taak
- De eerste laag ligt op de huid en moet vocht afvoeren. Katoen is prettig bij rustig spel, merinowol of een technische stof is beter bij koude dagen met veel beweging, omdat katoen nat blijft.
- De tweede laag houdt warmte vast. Een sweater, een fleece of een gebreid vest.
- De derde laag houdt wind en water buiten. Die hoeft niet dik te zijn; een dunne winddichte jas over een sweater is warmer dan een dikke jas zonder winddichte buitenkant.
Zweten is het echte probleem
Een kind dat te warm ingepakt naar buiten gaat, zweet binnen tien minuten. Zodra het stilstaat, koelt dat vocht af en wordt het koud, ook al is de jas dik.
De vuistregel: bij vertrek mag het net iets te fris aanvoelen. Wat uit kan, gaat in de tas mee.
Nek, polsen en enkels
Warmte verdwijnt vooral waar kleding open staat. Een colsjaal, boorden om de pols en sokken die over de broekspijp gaan schelen meer dan een dikkere jas.
Voor baby's geldt hetzelfde, met een extra aandachtspunt: een muts binnenshuis is meestal te veel, buiten meestal nodig.
Praktisch bij school en opvang
Lagen die een kind zelf uit kan doen, komen ook daadwerkelijk uit. Ritsen zijn eenvoudiger dan knopen, en een sweater met een ruime hals gaat sneller over het hoofd dan een strakke coltrui.
Merk de losse laag met een naam of een teken; het is de laag die het vaakst kwijtraakt.
Verder lezen
- ›Twee prints in een outfit, zonder rommelWanneer twee prints samen werken in kinderkleding: verschil in schaal, gedeelde kleur en het rustpunt dat elke outfit nodig heeft.
- ›Kleding waar een kind zelf in kanWelke sluitingen, halsopeningen en details ervoor zorgen dat een kind zichzelf kan aankleden, per leeftijd.
- ›Een net setje dat een hele dag te dragen isNette kinderkleding kiezen voor verjaardagen, bruiloften en feestdagen, zonder dat het na een uur uit moet.